Indische stamboom

Voor mijn stamboom sla ik nu mijn ouders even over, die hebben al twee boeken. Ik skip meteen door naar de vader van mijn moeder. “Mijn opa, mijn opa, mijn opa, in heel Europa was er niemand zoals hij,” zo gaat het liedje van Annie M.G. Schmidt. Dat kan ik zingen, omdat mijn opa sowieso niet uit Europa kwam. Hij is geboren en getogen (en gestorven) in Azie, Indonesie (toen Nederlands Indie).

Willem Eduard Hompe

Willem is geboren in 1889 in Depok, Indonesie. Hij verloor zijn moeder toen hij elf was en kwam in een weeshuis terecht. Zijn vader was militair en kon mogelijk daarom daarna niet voor hem zorgen. Wat zijn vader deed en waar en wanneer hij stierf is onbekend. Willem was van gemengd bloed via zijn moeder Maria Leander en had dus best wat drempels te overwinnen qua verleden en status.

Hij studeerde hard en dat werd opgemerkt. Hij klom op tot secretaris en later notaris. In zijn vrije tijd was hij dirigent van het kerkkoor Sint Caecilia, waarnaar ik via mijn peettante vernoemd ben. Willem ontmoette op het koor Maria Welter, en ze zijn toen verloofd. Maar of familie Welter daar meteen zo enthousiast over was?

Mijn overgrootouders van oma’s kant

Zij verloofde Maria D.J. Welter was de dochter van Guus Welter (familie van Charles Welter, Minister van Kolonien) en van Maria Kloppenburg. De bovenstaande foto van hen komt uit het boek: Uitgestelde huwelijksnacht van mijn nicht Louise Hompe. Meer info over deze familie op indischhistorisch

Een van de eerste foto’s van mijn opa en oma samen, gemaakt bij hun verloving denk i, staat hieronder. Zijn het niet prachtige voorouders? Mijn oma zou volgens de overlevering puur Hollands zijn en geen Indisch bloed hebben, alleen mijn opa…tja..

Mijn grootouders van mijn moeders kant

Willem en Maria trouwden rond 1916 en kregen 6 kinderen, 4 dochters en 2 zonen. Het hele gezin volgt op de foto hieronder. Mijn opa zit als een patriarch in het midden. Hij was een eerlijk en rechtschapen man, maar ook wel streng heb ik begrepen van mijn moeder. Ze vertelde overigens nooit over haar vader, of ik vroeg er niet naar als tiener. De nare manier waarop hij stierf en het daarna direct door moeten leven heeft dit natuurlijk versterkt, de bekende Indische zwijgcultuur. Heel jammer dat ik hem nooit heb mogen leren kennen.

complete gezin Hompe in 1936 Blitar

Mijn moeder is de 2e rechts bovenin, ze staat schuin achter haar broer Jack. Hij was de oudste van het gezin en ging als enige voor de oorlog naar Nederland om te studeren. Zo bleek hij gelukkig te ontkomen aan de internering door de Japanners. Onlangs is er in Nijmegen in de wijk Batavia Noord een straat naar hem vernoemd, vanwege zijn verdienste voor de Indische gemeenschap de Jack Hompestraat

Familie Hompe in de oorlog

Het gezin Hompe woonden o.a. in Blitar en Malang en Batavia. Voor de oorlog vermoed ik dat het een redelijke onbezorgde jeugd was, waar een einde aankwam toen in 1941 de Japanners binnenvielen. Mijn opa werd rond 1942 gevangen genomen als Nederlands ambtenaar. Hij was secretaris en een soort notaris. Hij zou later bij de KNIL een Vaandrig vc (voorraad centrum) zijn geweest. Mogelijk hield hij de administratie bij van voorraden artillerie. Dit dachten de Japanners namelijk.

Online is een kopie van het Japanse bewijs van zijn krijgsgevangenschap te vinden. Als ik de cijfers goed lees uit de Engelse vertaling is hij in 1942 al gevangen, en in 1944 op transport gezet. Hij heeft dus 2 jaar op Java in een kamp gezeten, zonder contact met zijn vrouw en kinderen, die ook in 1942 in een kamp werden opgesloten.

Als remarks staat er; ‘Kediri headquarters of Demolition Unit, Blitar Unit, sub-leader of Bliter dispatched unit’.’ Of de Japanners deze functie hebben bedacht om hem op te sluiten, of dat het zijn echte functie was is de grote vraag.

Junyo Maru

Hij werd in 1944 op transport gezet en kwam terecht op het oude vrachtschip (niet bedoeld voor mensen) de Junyo Maru. Dit schip werd vol gepropt met honderden Europeanen en duizenden Indonesische dwangarbeiders, die werden gedwongen te werken voor de Japanners. Mochten ze voorheen nog de hoop hebben gehad dat Japan hen zou bevrijden van de Nederlanders, hier kwamen ze echter van de regen in de drup, en dat is een understatement. velen van hen verdronken of lieten het leven later. Het plan van de Japanners was om al deze mensen aan het werk te zetten om de Pakan Baru spoorweg te bouwen.

Deze boot is echter ‘per vergissing’ getorpedeerd door een Engelse kapitein van een onderzeer. Het Japanse transportschip voer niet onder de rode kruis vlag (dat is verplicht als je krijgsgevangen vervoerd) en mogelijk dacht hij dat er militaire voorraaden aan boort waren. Of hij het had kunnen weten, daarover zijn de meningen verdeeld.

Minstens 5000 man verdronken er die dag, waaronder mijn Opa die toen 54 was. Deze scheepsramp kreeg nooit media aandacht in Nederland tot eind jaren 90 en wordt daarom de vergeten scheepsramp genoemd. Overigens moesten de overlevenden, die door de Japanners werden opgepikt, alsnog aan de Pakan Baru spoorweg werken, die overigens nooit in gebruik is genomen. Wat een verspilling van levens.

De allereerste herdenking van deze scheepsramp, met veel meer slachtoffers dan de Titanic, vond plaats in Nijmegen in 1984, precies 40 jaar na dato. Hierboven staat een krantenartikel uit het Brabants dagblad wat ik in mijn bezit heb. Mijn moeder en zoveel mogelijk leden van onze familie heeft deze herdenking bezocht. Helaas kon ik er zelf niet bij zijn ivm mijn studie. Mijn moeder ervoer deze dag alsof ze eindelijk haar vader kon begraven. (kort erna werd ze ziek en ze stierf een jaar later).

Na de herdenking was er de mogelijkheid om een video en het boek te bestellen. Mijn moeder heeft dit gedaan met haar vooruitziende blik, al had ze geen videorecorder. De video heb ik wel ooit bekeken, al was de kwaliteit toen al erg achteruit gegaan. Het boekje met alle teksten en gebeurtenissen van die middag heb ik nog in mijn bezit.

In mijn boek: het verdwenen thuis, beschrijf ik deze herdenking. In verhalende vorm probeer ik de gevoelens van mijn moeder en ook die van mijn opa voordat hij verdrinkt, te beschrijven, gebaseerd op de bij ons bekende feiten.

Gelukkig is er op tv meer aandacht voor deze scheepsramp gekomen. De eerste uitzending werd rond 1997 gepresenteerd door Hans Goedkoop bij het geschiedenis programma Andere tijden. Een citaat van iemand die het wel overleeft heeft, mogelijk omdat hij bovendeks op het schip bezig was.

“Als de steven van het schip omhoog komt en de rest in zee begint te verdwijnen breekt er paniek uit. Als trossen hangen de mensen aan het schip; bij honderden vallen ze in de zee. Het duurt twintig minuten voor het hele schip in zee verdwenen is. Overal roepen mensen om hulp en om hun moeder. Ook horen ze: ‘Toeloeng Nippon’ (Japanners, Help!) Uiteindelijk verdwijnt de Junyo Maru met donderend geraas in de golven, vijftien kilometer ten westen van Bengkulu voor de westkust van het Indonesische eiland Sumatra.”

Bron: Andere tijden

Na de oorlog

Mijn oma en haar bijna volwassen kinderen wisten in 1944 niet dat hun vader en echtgenoot op deze boot zat en was verdronken. Zij werden zelf geinterneerd in een vrouwenkamp (muv Jack) omdat ze de Nederlandse nationaliteit hadden, ook al waren ze van gemengd bloed. Ze kwamen in kamp Banjoe Biroe 10 en 11 (bij Ambarawa) en hebben daar ruim 2 jaar honger geleden en vastgezeten. De jongste zoon werd door de Japanners in zijn eentje naar het mannenkamp, gestuurd, zoals ze met alle jongens vanaf 10 jaar deden.

In de periode na de 2e wereldoorlog probeerde iedereen weer het oude leven op te pakken, voor zover dat kon. Men kreeg via een kaartje (waarop stond: al overleden) te horen dat mijn opa was overleden. Pas later werd duidelijk dat hij verdronken was op de Junyo Maru.

Het was op allerlei fronten erg onrustig in het land na de oorlog, de periode die ook wel Bersiap genoemd wordt. Dat had met de strijd te maken voor de onafhankelijkheid. Ook als blanke burgervrouw of kind kon je zomaar vermoord worden door groepen jongeren die streden voor hun vrijheid.

Het was voor het gezin ook op persoonlijk niveau moeilijk. Mijn oma moest als weduwe voor de inmiddels volwassen kinderen zorgen. De meesten trouwden, mijn moeder studeerde verder. Ze beschrijft ze in een dagboek dat het haar meer moeite kostte om zich te concentreren op haar studie. Ze leek daar verbaasd over, omdat dit voor de oorlog niet het geval was. Ze stond bekend als intelligen en een studiebol, al zou ze dit nooit van zichzelf hebben gezegd.

Ik vind het geen wonder na jaren van gevangenschap, vernedering, honger en onzekerheid. Dan probeer je het oude leven weer op te pakken, maar er is niets meer bij het oude gebleven. Je huis en spullen zijn deels ingepikt, je vader is overleden, je verloofde omgekomen bij het neerstorten van zijn vliegtuig in Amerika. Dat kon er dan ook nog wel bij.

Dit abonnement op de bus in Batavia uit 1947 komt uit de oude doos die mijn broer uit onze erfenis had bewaard. Mijn moeder haalde haar onderwijsacte en heeft nog een paar jaar gewerkt als onderwijzeres in Batavia. (ergens heb ik nog foto’s van het klasje). In haar correspondentie vond ik nog brieven van oud leerlingen die haar schreven toen ze alweer in Nederland woonde.

MS Oranje

Mijn oma moest in 1949 wel definitief terugkeren naar Nederland. Zij zou geen weduwe pensioen krijgen als ze in Indonesie bleef, nadat het onafhankelijk zou worden van Nederland. Op die manier werden veel Nederlanders gedwongen een keuze te maken tussen de landen. Mijn oma ging met de twee ongetrouwde dochters (Willy en Marianne) Op 15 december 1949 in Tandjong priok aan boord van de MS Oranje.

Die reis duurde drie weken en ondertussen werd op 27 december 1949 de officiele onafhankelijkheid van Indonesie een feit. Per toeval ontdekte ik dat er een tentoonstelling kwam over het schip De MS Oranje, daarover schreef ik een blog op 15 augustus 2019. Men kwam van de hel in de hemel terecht, zei iemand in een documentaire.

Een aantal van mijn oudere neven en nichten zijn nog net in Nederlands Indie geboren (1947/8). Uiteindelijk is alle familie begin jaren 50 teruggekeerd naar Nederland (gerepatrieerd). Onze ouders zijn inmiddels allemaal overleden, de volgende generatie, wij als neven en nichten worden 2e generatie Indische Nederlanders genoemd.

De laatste foto waar de 6 kinderen uit het gezin Hompe allemaal opstaan, zonder partners of kinderen is gemaakt in Amsterdam halverwege jaren 70. Een tante stierf niet lang erna door een ongeluk. Mijn moeder staat links met een kopje.

De 2e generatie

De geschiedenis van onze ouders is voor ons als neven en nichten erg interessant, helaas hebben onze ouders er weinig over gepraat. Toen ik eindelijk de leeftijd had dat het mij ging interesseren, leefde mijn moeder niet meer. Maar ook de ooms en tantes bleken niet veel te hebben verteld aan hun kinderen. Mijn Nicht Louise Hompe heeft inmiddels 2 boeken geschreven waarvan de eerste over haar ouders gaat Uitgestelde Huwelijksnacht. Ik was in 2010 bij haar boekpresentatie op de Tong Tong (oude pasar Malam) in Den Haag.