Indische stamboom

“Mijn opa, mijn opa, mijn opa, in heel Europa was er niemand zoals hij,” zo gaat het liedje van Annie M.G. Schmidt. Dat kan ik zingen, omdat mijn opa sowieso niet uit Europa kwam. Hij is geboren en getogen en gestorven in Azie, Indonesie (toen Nederlands Indie).

Mijn Indische voorgeschiedenis van moeders kant start bij mijn overgrootvader Jacobus Hendricus Hompe. Zijn voorouders woonden al sinds ergens 1700 in Amsterdam (ooit uit Duitsland vertrokken). Jacobus vertrok als militair in 1884 naar Nederlands Indie, nadat zijn eerste vrouw overleed. Misschien in de hoop daar meer geluk te vinden. Hij trouwde op Java met een Moluks/Indonesische vrouw genaamd Maria Leander. Er is alleen maar een vage foto van haar.

Mijn overgrootouders van opa’s kant

Zij kregen samen een kind; Willem Eduard Hompe, mijn opa. Het gezin woonde op de kazerne. Veel mannen trouwden niet met hun Inlandse vrouw of Naj (zoals dat toen heette), hij deed dat wel. Helaas stierf Maria al jong en was Jacobus niet in staat om voor zijn zoon Willem zorgen. Willem kwam dus als halfwees in een weeshuis terecht. Waar en wanneer mijn overgrootvader Jacobus is gestorven is onduidelijk.

Willem Eduard Hompe

Mijn opa Willem studeerde hard, en verhoogde daarmee zijn status. Hij had nogal wat te bewijzen als kind van gemengd bloed, zonder aanwezige ouders. Hij klom op tot secretaris en later notaris. In zijn vrije tijd was hij dirigent van het kerkkoor Sint Ceacilia, waarnaar ik indirect via mijn peettante vernoemd ben. Willem ontmoette op het koor Maria Welter, en ze zijn toen verloofd.

Mijn overgrootouders van oma’s kant

Maria D.J. Welter was de dochter van Guus Welter (familie van Charles Welter, Minister van Kolonien) en Maria Kloppenburg. De bovenstaande foto’s komen uit het boek: Uitgestelde huwelijksnacht van mijn nicht Louise Hompe. Ze schreef twee boeken en verhalen over haar ouders die staan op de site indischhistorisch

Hieronder staan mijn oma en opa, zijn het niet prachtige voorouders? Mijn oma zou officieel puur Hollands zijn en geen Indisch bloed hebben, alleen mijn opa…

Mijn grootouders van mijn moeders kant

Willem en Maria trouwden rond 1916 en kregen 6 kinderen, 4 dochters en 2 zonen. Het hele gezin staat op de foto hieronder. Mijn moeder is de 2e van rechts bovenin, staand naast haar broer Jack. Hij was de oudste van het gezin en ging al voor 1940 naar Nederland om te studeren. Zo bleek hij later als enige te ontkomen aan de internering door de Japanners. Onlangs is er in Nijmegen in de wijk Batavia Noord een straat naar hem vernoemd, vanwege zijn verdienste voor de Indische gemeenschap de Jack Hompestraat

complete gezin Hompe in 1936 Blitar

Het gezin woonden o.a. in Blitar en Malang en Batavia. Voor de oorlog vermoed ik dat het een redelijke onbezorgde jeugd was, maar daar kwam een einde aan toen 1941 de Japanners binnenvielen. Mijn opa werd rond 1942 gevangen genomen omdat hij een Nederlands ambtenaar was.

Junyo Maru

Online heb ik een kopie gevonden van het Japanse bewijs van zijn gevangenschap. Mijn opa is op transport gezet en kwam terecht op het vrachtschip (niet voor mensen bestemd) de Junyo Maru. Dit schip werd vol gepropt met Europeanen en duizenden Indonesische dwangarbeiders.

Deze mensen werden later door de Japanners aan het werk gezet om de Pakan Baru spoorweg te bouwen. Deze boot is echter per vergissing getorpedeerd door een Engelse kapitein. Het schip voer niet onder de rode kruis vlag (dat is verplicht als je krijgsgevangen vervoerd). 5000 man verdronken er op een dag, waaronder mijn Opa van 51. Deze scheepsramp kreeg nooit aandacht in Nederland en heet dan ook de vergeten scheepsramp.

Pas in 1984, precies 40 jaar later, was er een officiele herdenking in Nijmegen. Mijn moeder heeft dit nog mee mogen maken. Ze ervoer dit alsof ze haar vader eindelijk kon begraven. (Het jaar erna werd ze ziek en stierf ze). Na de herdenking kon men een video en een boek bestellen. Mijn moeder heeft dat gedaan en die zijn nu in mijn bezit.

In mijn boek: het verdwenen thuis, beschrijf ik deze herdenking. In verhalende vorm probeer ik de gevoelens van mijn moeder en mijn opa, te beschrijven, gebaseerd op de feiten die bekend zijn.

Mijn oma en de kinderen wisten destijds niet dat hun vader en echtgenoot op dit transport terecht kwam. Zij werden zelf geinterneerd in een vrouwenkamp omdat ze de Nederlandse nationaliteit hadden. Ze kwamen in het kamp Banjoe Biroe 10 en 11. (daarover later meer) en hebben daar ruim 2 jaar honger geleden en vastgezeten. De jongste zoon werd door de Japanners in zijn eentje naar het mannenkamp, gestuurd, zoals ze met alle jongens vanaf 10 jaar deden. Dat moet erg traumatisch zijn geweest.

Na de oorlog

In de periode na de 2e wereldoorlog probeerde iedereen weer het oude leven op te pakken, voor zover dat kon. Men kreeg via een kaartje waarop stond: al overleden, te horen dat mijn opa er niet meer was. Pas veel later werd duidelijk hoe hij gestorven moet zijn.

Het was op allerlei fronten erg onrustig in het land in deze Bersiap periode. Ook op persoonlijk niveau, mijn oma bleef achter met de inmiddels volwassen kinderen. Er werd getrouwd, gestudeerd, gewerkt. Vooral het verlies van echtgenoot en vader en het tekort aan veiligheid en geborgenheid was een flinke overgang. Niets bleef bij het oude.

Deze buskaart van mijn moeder uit 1947 vond ik in de oude doos die mijn broer uit de erfenis van mijn moeder heeft bewaard. Zij maakte na de oorlog haar studie af en haalde haar onderwijsacte. Ze heeft nog een paar jaar gewerkt als onderwijzeres in Batavia. (foto’s van klasje volgen). In haar correspondentie vond ik nog brieven van oud leerlingen die haar schreven toen ze alweer in Nederland woonde.

Drie kinderen van het gezin trouwden na de oorlog, en daarom zijn een aantal van mijn oudere neven en nichten nog in Nederlands Indie geboren (1947/8). Uiteindelijk zijn alle kinderen begin jaren 50 teruggekeerd naar Nederland (gerepatrieerd). Daarom zijn wij als neven en nichten de 2e generatie Indische Nederlanders, daar wij hier zijn geworteld.

MS Oranje

Mijn oma keerde in 1949 met twee dochters (o.a. mijn moeder) definitief terug naar Nederland. Zij zou geen weduwe pensioen meer krijgen als ze in Indonesie bleef, nadat het onafhankelijk werd van Nederland. Op die manier werden veel Nederlanders gedwongen een keuze te maken. Niet dat Nederland op hen zat te wachten en hen een warm welkom gaf.

Op 15 december 1949 gingen ze in Tandjong priok aan boord van de MS Oranje. Die reis duurde drie weken en ondertussen werd op 27 december 1949 de officiele onafhankelijkheid van Indonesie een feit. Per toeval ontdekte ik dat er een tentoonstelling kwam over het schip De MS Oranje, daarover schreef ik een blog op 15 augustus j.l. Men kwam van de hel in de hemel terecht, zei iemand in een documentaire.

Inmiddels zijn al de ouders van mijn Indische neven en nichten overleden. De laatste foto waar het gezin wat in Nederlands Indie is opgegroeid allemaal op staat, zonder partners en kinderen is gemaakt in Amsterdam halverwege jaren 70. Een tante stierf niet lang erna door een ongeluk. Mijn moeder staat links met een kopje in haar handen.

De geschiedenis van onze ouders is voor ons als neven en nichten best interessant, helaas hebben ze er weinig over gepraat. Mijn Nicht Louise Hompe heeft inmiddels 2 boeken geschreven waarvan de eerste over haar ouders gaat Uitgestelde Huwelijksnacht. Ik was in 2010 bij haar boekpresentatie op de Tong Tong (oude pasar Malam) in Den Haag.