Zeist en mijn vaders huis

Op mijn vrije dag ging de buurman de badkamer eruit breken, wat me spontaan tot een dagje geboortedorp Zeist bracht. Vouwfiets in de auto en gaan. Als voorbereiding had ik enkele leuke winkels uitgezocht en een koffietentje waar ik aangenaam kon verpozen.

Op het moment dat ik de rivier oversteek, word ik onverwacht poetisch, Utrechtse heuvelrug, vandaag kom ik bij je terug. Ben je blij me weer te zien, of kan het je niet schelen misschien.

Via Bunnik rijd ik naar de gratis parkeerplek achter het Slot. Mijn vouwfiets blijkt nogal in elkaar gewrocht en het kost me veel moeite om hem weer uit elkaar te krijgen. Volgende keer moet ik hem beter rechtop zetten.

Het theehuisje

De eerste foto moet natuurlijk het theehuisje worden. vroeger hoopte ik dat ik ooit zo’n huisje in mijn tuin zou krijgen. Meer dan een oude schuur is het niet geworden. Bij deze foto moet ik de lelijke kunstwerken eromheen zien te mijden. Hij is altijd fotogeniek, maar mijn mooiste foto van het theehuisje is toch die uit de herfst van 2017.

Ik ga de witte brug over en loop richting de achterkant van het Slot. Een oudere man van de groenvoorziening komt naar me toe. ‘Mag ik hier niet zijn? vraag ik hem. ‘U mag alles wat u wilt mevrouw. Maar, waar komt u eigenlijk vandaan?’ Ik vertel dat ik uit Zeist kom, en heb eigenlijk geen zin om verder een gesprek met hem te beginnen en loop door.

Griffensteijn

Vanzelf kom je erna in Griffensteijn terecht, waar ik van mijn 2e tot 18e jaar heb gewoond. Hier liggen al mijn jeugdherinneringen en voetafdrukken. Snel maak ik een foto van mijn ouderlijk huis, al bijna 40 jaar zonder mijn ouders. Als je jong je ouders verliest, verdwijnt je thuis, daarom koos ik als titel van mijn eerste boek voor: het verdwenen thuis.

Door het tunneltje fiets ik richting winkelcentrum de Clomp. Van een vriendin had ik gehoord dat het helemaal op de schop ging, maar dat besloten was de kerk te behouden. Het gebouw wat destijds in de jaren 70 is neergezet toen ik er woonde.

Kerkelijk centrum Zeist West

I’m still standing, lijkt het gebouw me tegemoet te zingen. Zelf zong ik als tiener in het jongerenkoor van de RK kerk, en danste ik vrijdagavond in de jongerensoos van de hervormden. Ook de gereformeerden kerkten hier. Het was oecumene van een soort die je nu niet meer tegenkomt. Alleen de PKN heeft de tand des tijds doorstaan en kerkt nog hier.

Centrum Zeist

In het centrum zoek ik naar een koffietentje op de lageweg. Sinds kort mag je de mobiel niet meer vasthouden op de fiets, maar ik ben natuurlijk de houder vergeten. Uiteindelijk ontdek ik Les Abeilles achter de bushalte verstopt. Een schattig terras, waar ik een lekkere capuccino en een brownie neem. De enige plek in Nederland waar je Hernhutters sterren kunt kopen. Helaas hoor je hier wel het lawaai van de weg.

Als ik door het centrum fiets, zie ik links het mooie gemeentehuis. Hij is mooi opgeknapt na de brand in 1976. Wat toen de oorzaak was? Een ambtenaar had het vuur uit zijn sloffen gelopen, zo ging het praatje. Rechts staat het bekende Figi, waar ik pas verbleef toen ik hier niet meer woonde.

De eerste winkel die ik wil bezoeken is de boekhandel van Kramers en van Doorn. In de link een recent gesprek met de eigenaresse (een oude bekende) waarbij je een goed overzicht krijgt hoe mooi de boekwinkel is. Echt een bezoekje waard als je in Zeist bent, een boekhandel zoals hij hoort te zijn.

In de sale vind ik het boek: Alles om jullie heen is er nog, Marieke Poelman. Zij verliest op jonge leeftijd haar beide ouders door de vliegramp in Tripoli, dat boek hoort gewoon in mijn kast.

Er zijn vandaag de dag veel 2e hands kleding zaken in het centrum van Zeist. Het is even zoeken voor mij, alles is zo veranderd. In dit van oudsher rijke dorp lijkt er veel te gebeuren voor de mensen met kleinere beurs.

Uit de winkel van het Leger des Heils vertrek ik met een paar leuke shirts. Bij de kassa werd ik haast weggedrongen door een andere klant. ‘Even wachten mevrouw, we maken eerst deze klant af, dan bent u aan de beurt,’ zei de dame bij de kassa.

Je kunt er veilig je fiets neerzetten, ontdek ik als ik eindelijk de Voorheuvel terugvind. De straat is autovrij, maar men fietst er net zo snel als de studenten in Utrecht, dus kijk uit. Bas de fietsoppas let op mijn vouwfiets.

Biblbiotheek Zeist via geheugen van Zeist

De voor mij nieuwe bibliotheek krijgt geen bezoekje, hij is me te onbekend. Mijn herinneringen liggen op de plek waar mijn beroepskeuze ontstond, het oude gebouw aan de 2e hogeweg, helaas is dat mooie oude gebouw gesloopt, ondanks dat monumentenzorg in Zeist gehuisvest is, of was.

In een leuke kringloopwinkel zie ik een blikje van Dordtse schapenkopjes, hoe toevallig. Helaas ligt er niets leuks van Zeist zelf. Wel scoor ik twee melkschuimers voor de magnetron, waar ik al jaren naar op zoek was.

Mijn spullen leg ik terug in de auto die ik vlak bij het slot gratis heb kunnen parkeren. Daar kun je bijna niet langsfietsen zonder even een paar foto’s te maken van het prachtige gebouw. Als tiener bracht ik hier de krant en was het bijzonder om de rode loper op te gaan en de krant binnen af te geven.

achterkant van het Slot

Kerkebosch

Nadat ik alles in de auto heb gelegd, besluit ik nog een opdracht te volbrengen. De bossen moet ik nog zien. Dat is goed te combineren met een bezoekje aan mijn geboortewijk Kerkebosch. Waar de naam vandaan komt weer ik niet, er zijn geen kerken meer, maar wel veel bos, met prachtige huizen die niet te betalen zijn voor de gewone vrouw.

Ik rijd langs schoonoord, de school die ik altijd passeerde als ik naar de Breul fietste. Daar zie ik een doorsteek vanuit de Driebergseweg, hij loopt dood, maar gelukkig niet voor fietsers. Ik passeer een van de talloze bejaardencentra die Zeist rijk is. Er staat een bordje; eikenprocessierups aanwezig. Ik begin al bijna te krabben.

Margrietlaan 2015

De Margrietlaan zoals op mijn foto uit 2015 is niet meer te vinden, de flats zijn gesloopt. De vorige keer was er alleen nog maar gras. Langs het winkelcentrum Kerkebosch zie ik een ouder echtpaar lopen, man met stok, vrouw nogal oud ogend. Ze kijkt me even helder aan. Zouden mijn ouders er zo hebben uitgezien hebben als ze wel oud waren geworden?

Begint alles nu pas op me in te werken en krijg ik ineens heimwee? De voortuin van een huis dat ik passeer meen ik te herkennen. Had ik daar ooit niet met mijn moeder een vriendin van haar bezocht? Apart dat ik dat na zoveel jaar opmerk, of verbeeld ik het me alleen?

Uiteindelijk vind ik de oude straat met nieuwe aanbouw. Woongoed Zeist, gewoon goed thuisvoelen, staat er op het bord. Ja dat zeg ik, in deze stad voelde ik me altijd thuis, tussen de bossen en de bekende mensen. ‘Ik was een kind en wist niet beter, dan dat het nooit voorbij zou gaan.’ (Het dorp, Wim Sonneveld)

Ik fiets terug langs de straat met de processierups. Een rouwauto komt me tegemoet, de chauffeur zoekt een adres. Terug bij de parkeerplaats zie ik een drone boven mijn hoofd vliegen. De filmer vertrekt spoedig erna in een busje van de milieudienst. Aangezien mijn ecologische voetafdruk vandaag minimaal was, denk ik dat hij gewoon zijn hobby uitvoert.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is les-humpries-singers.jpg

Ik verlaat Zeist en zet de radio aan en hoor: ‘Come and go with me to my fathers house’ van Les Humpries Singers. Een nummer wat zelden nog uitgezonden wordt. Hij staat op mijn eerst gekochte LP die ik in 1972 haalde in Hoog Catherijne vlak na de opening. Dat daar veel gospelnummers op stonden begreep ik pas later. Het is gebaseerd op Johannes 14:2 In het huis van mijn Vader zijn vele woningen. De tekst die bij de begrafenis van mijn moeder werd voorgelezen.

Enkele regels uit dit lied heb ik in mijn boek: tot zwijgen gebracht, gezet. ‘There be’ll no dying there, there be no crying there. Come and go with me to my fathers house.’ Ik zet de radio hard en zing luidkeels mee. Al zingend rijd ik Zeist uit richting mijn huidige thuis.

Please follow and like us:

About the author